woensdag 21 mei 2008

boos

natuurlijk ben je boos
zou ik ook zijn
je hebt gelijk
ik ben te ver gegaan

maar blijf je me nu
oog om oog
pijn doen omdat
ik je pijn deed

omdat ik doorging
terwijl je toch, heel subtiel
liet weten dat je
het echt niet meer aankon

ach, toe,
wees eens lief
werk een beetje mee
en laat me weer lopen
als een jonge god

zondag 4 mei 2008

20 kilometer

de eerste tien
het ontbijt zit dwars
mijn kuiten zeuren
'n lome vermoeidheid
maakt zich van me meester
ik en mijn adem
kunnen het ritme niet vinden

en langzaam maar zeker
begint mijn rechtervoet
te tintelen
een beknelde ader
protesteert

in een niemandsland
van gedachten
misschien maar vijf minuten
wat vreemd, alles is ineens
op zijn plek gevallen

geen pijn, een strakke pas
een vloeiende adem
de tank nog lang niet leeg
tot aan de tweede tien

voldaan wandel ik
nog honderd meter

hetzelfde verhaal
hetzelfde verloop
mijn lijf en ik
we begrijpen elkaar
nog altijd
niet

zondag 27 april 2008

zij trekt haar schoenen aan
en gaat
zorgeloos
onder de zon, door de regen

hij mist de kracht
geveld door een ziekte
sardonisch, gemeen
zijn dromen teren weg

zij wil wat doen
maar de afstand is te groot

bood elke stap van haar
hem maar het kleinste sprankje hoop

herfst

aan bakboord: gitzwarte wolken
zwaar leunend op natte, lege velden
aan stuurboord: plukjes blauw
en lauwwarm zonlicht op
rode, groene, gele bladeren

voor me: een regenboog
ha, ze probeert de kleuren
van stuurboord naar bakboord
te verplaatsen

maar dan draait een
nietsontziende
meteorologische dimmer
alles op donker

koude druppels op mijn gezicht
worden priemende korrels
aangelengd met striemende wind

thuis, binnen,
ik loop langs een spiegel
kijk, mijn wangen
hebben het rood van de boog
gevangen

ik loop

ik loop
op de linkerschouder
van het asfalt
in een statige laan

ik laat
de zon knipogen
met de schaduw
van de takken

lentekriebelende zangvogels
moedigen me aan

ik voel me sterk
een zachtmoedige reus
die teleurgesteld constateert
dat een eekhoorntje vlucht
voor zijn vriendelijke blik

zaterdag 26 april 2008

strelen

een pad op de heide
ik strek mijn arm uit

het gras glijdt
tussen mijn vingers

streel ik het gras of
streelt het gras mij?

wat kan het me schelen
het maakt me blij

loopbaan

als een routineuze,
maar altijd alerte piloot
controleer ik elke landing
van mijn gestel

bijna onhoorbaar
de vloeiende afwikkeling
van het rubber op het asfalt

achter me klappen
denkbeeldige passagiers
ik put vertrouwen
uit hun gevoel van
opluchting
over weer een goede afloop

ik stap alweer
op een volgende vlucht
dit is mijn loopbaan
linea recta
naar het pensioen
gemarkeerd door
de finishlijn