zondag 27 april 2008

zij trekt haar schoenen aan
en gaat
zorgeloos
onder de zon, door de regen

hij mist de kracht
geveld door een ziekte
sardonisch, gemeen
zijn dromen teren weg

zij wil wat doen
maar de afstand is te groot

bood elke stap van haar
hem maar het kleinste sprankje hoop

herfst

aan bakboord: gitzwarte wolken
zwaar leunend op natte, lege velden
aan stuurboord: plukjes blauw
en lauwwarm zonlicht op
rode, groene, gele bladeren

voor me: een regenboog
ha, ze probeert de kleuren
van stuurboord naar bakboord
te verplaatsen

maar dan draait een
nietsontziende
meteorologische dimmer
alles op donker

koude druppels op mijn gezicht
worden priemende korrels
aangelengd met striemende wind

thuis, binnen,
ik loop langs een spiegel
kijk, mijn wangen
hebben het rood van de boog
gevangen

ik loop

ik loop
op de linkerschouder
van het asfalt
in een statige laan

ik laat
de zon knipogen
met de schaduw
van de takken

lentekriebelende zangvogels
moedigen me aan

ik voel me sterk
een zachtmoedige reus
die teleurgesteld constateert
dat een eekhoorntje vlucht
voor zijn vriendelijke blik

zaterdag 26 april 2008

strelen

een pad op de heide
ik strek mijn arm uit

het gras glijdt
tussen mijn vingers

streel ik het gras of
streelt het gras mij?

wat kan het me schelen
het maakt me blij

loopbaan

als een routineuze,
maar altijd alerte piloot
controleer ik elke landing
van mijn gestel

bijna onhoorbaar
de vloeiende afwikkeling
van het rubber op het asfalt

achter me klappen
denkbeeldige passagiers
ik put vertrouwen
uit hun gevoel van
opluchting
over weer een goede afloop

ik stap alweer
op een volgende vlucht
dit is mijn loopbaan
linea recta
naar het pensioen
gemarkeerd door
de finishlijn